Een extra directiekamer binnen het volume van de bestaande directievleugel van BAM Utiliteitsbouw was de aanleiding van deze verbouwing.
Het oude volume had een middengang die o.a. door het ontbreken van voldoende daglicht een smal en inpandig karakter had.Door een gedeelte van de wanden te voorzien van een glazen bovenstrook, is er niet alleen daglicht in de gangzone gekomen, maar is via het doorzicht ook de engte en het inpandige karakter uit deze zone gehaald.
De nieuwe kasten in de kamers eisen geen aandacht maar voegen, met hun ruimtelijke werking, een tweede moment aan de kamers toe. Ze zijn sculpturaal maar gelijktijdig ingetogen.
Ze zijn zodanig ontworpen dat er een stukje berging maar ook presentatie in kan plaatsvinden.De ruimtelijkheid van de kasten speelt in op de ontmoeting van de binnenwanden met de ramen of op de positie van een deur naast de kast. Ofschoon alle kamers een eigen vorm hebben is er via de kasten een eenheid in verscheidenheid.