Terug naar de vorige pagina
noordwaard 01
noordwaard 02
noordwaard 03
noordwaard 04
noordwaard 05
noordwaard 06
noordwaard 07
noordwaard 08
noordwaard 09
noordwaard 10
noordwaard 11
 

Ontpoldering Noordwaard, Werkendam

Ontpoldering Noordwaard
De Noordwaard maakt van oudsher onderdeel uit van de Biesbosch. Een dynamisch gebied, spannend, prachtig en voor velen een aansprekend deel van Nederland. Niet in de laatste plaats door een historie vol met markante ontwikkelingen van water, land, natuur en cultuur. Een gebied met een vruchtbare bodem en een belofte van een goed bestaan. En tegelijkertijd een gebied waar tot ver in de vorige eeuw het water een bedreiging vormde voor een veilig en productief bestaan. Nog in 1953 spoelde diverse huizen weg en vonden de bewoners op de daken een veilig heenkomen. Huizen, boerderijen en akkers waren ten dele verwoest. Na inpoldering van de Noordwaard en de sluiting van de Haringvlietsluizen in de jaren 70 en vervolgens het aaneenschakelen van de afzonderlijke polders tot één groot landbouw gebied verschoof het accent van leven met de natuur naar productie en recreatie. Nu bijna 50 jaar later vraagt de veiligheid van het benedenrivierengebied voor het opnieuw toelaten van het water in het gebied.

De opgave
De ruimtelijke kwaliteit van de Noordwaard wordt na de ontpoldering gedragen door het landschapsontwerp. Rust en ruimte, openheid, zichtlijnen. Essentieel is goede samenhang. De opgave is om een samenhang tussen het landschap en de nieuwe te realiseren waterschapskundige kunstwerken. Deze kunstwerken zijn een essentieel onderdeel van de ontpoldering van de Noordwaard. Voor het realiseren van deze bruggen, gemalen, terpen etc. is ‘de Biesbosch stijl’ voor ons leidraad geweest. Rust en ruimte, donker, samenhang, mooi gedetailleerd, robuust en sober, grijs- en groentinten, natuurlijk verouderende materialen.

Dijkbruggen
Deze bruggen zijn een ‘snede in de dijk’ waar het water bij hogere waterstanden het gebied in stroomt. De hele dramatiek van het project komt hier het meest tot uitdrukking. In dit ontwerp is de dramatiek van het water dat dóór de dijk stroomt verbeeld. Elke overspanning is als het ware een uitsnijding uit de dijk, die daardoor als vorm continu blijft. Aan de rivierzijde zijn de ondersteuningen en de rand van de brug namelijk in de vorm van de doorsnede van de dijk ontworpen, waardoor de dijk formeel en visueel doorloopt. Daarmee is zo scherp mogelijk uitgebeeld wat dit project beoogt. De dijk die onverbiddelijk bescherming bood wordt nu icoon voor een veranderende kijk op waterbeheer. Aan de Noordwaardse zijde is de opening als één horizontale ‘brievenbus’ ontworpen zodat vanuit het landschap de horizontale lijn overheerst en het water als het ware met weinig weerstand kan uitstromen. Aan deze zijde hebben de pijlers een gecurvde uitsnede, die op fraaie wijze de dynamiek van het stromende water benadrukt. Ook de leuningen hebben dit thema: er is een zware beschermende betonnen leuning aan zijde van de Merwede, waar je veilig kan kijken als bij hoog water het gebied vol stroomt. Aan de landzijde is een licht open hekwerk gemaakt met vrij zicht op de Noordwaard. De pijlers onder de brug zijn zoals gezegd asymmetrisch vormgegeven om de sterke stroming te weerstaan en uit te beelden. De landhoofden zijn om diezelfde reden steenachtig met een keerwand, daarmee ook uitdrukking gevend aan de ‘snede in de dijk’. De dijk is ter plaatse van de landhoofden over een lengte van 10 meter bekleed om bestand te zijn tegen de stroming bij hoog water. Aan de rivierzijde met robuust Basalton en aan de landzijde met grasbetonstenen voor een meer groene uitstraling.

Bruggen boskreken
De bruggen over de boskreken zijn allen verschillend, maar hebben duidelijke familiekenmerken. Je steekt vanaf de ene kade de kreek over naar de andere kade. De oversteek is dus een bijzondere gebeurtenis. Dat willen we beleefbaar maken, door de gehele route van de oversteek te verbijzonderen. Deze route bestaat namelijk niet alleen uit de brug zelf, maar ook uit koppelstukken. Koppelstukken zijn stukjes dijk die de bruggen verbinden met de kades (waterkerende dijken). De bruggen hebben overspanningen die een veelvoud zijn van 2 meter. Om een rustige, regelmatige verdeling van de brugdelen te krijgen. Restmaten worden bij de landhoofden opgevangen. Pijlers in kreken worden waar mogelijk vermeden. Door toepassing van een enkele ronde pijler is er maximaal doorzicht onder de brug, en heeft de pijler geen specifieke oriëntatie. Dat is een voordeel omdat de richting van de bruggen lang niet altijd haaks op de kreken is gelegen. Hierdoor ontstaat er optimaal doorzicht onder de brug kijken vanaf het water, een pluspunt voor varende passanten. De enkele pijler zorgt er voor dat de brug minder massaal in het landschap staat en dat het ‘gebaar’ van het horizontale oversteken beter tot uitdrukking komt.

Ook bij deze kreekbruggen is de stroming van het water aanleiding om de twee zijden van de brug anders vorm te geven. Een betonnen borstwering aan de rivierzijde vormt samen met het brugdek een bijzondere L-vormige doorsnede. Deze vorm geeft op de brug een gevoel van bescherming tegen de stroming van het water. Het leuningwerk aan de andere zijde is open en geeft maximaal contact met de natuur. Dat heeft een duidelijke reden. De boskreek is te beschouwen als een meer intieme en kleinschaliger ruimte. De brug wordt met name van dichtbij ervaren. Juist bij het passeren van de kreek is er zijdelings openheid over het water. De visuele oriëntatie is dus loodrecht op de brug. Daarom is gekozen voor een vertikaal en relatief transparant hek, waardoor het landschap nabij kan worden ervaren vanaf de brug.

De leuningwerken zijn als elementen ontworpen, zodat een kleinschalig ritme ontstaat over de lengte van de brug. De verticale oriëntatie geeft, in combinatie daarmee, een rustig beeld. De andere zijde van de brug heeft zoals boven omschreven een betonnen borstwering. Daarop is een verzinkt stalen leuningwerk aangebracht met houten bovenregel. Het grijs van het staal voegt zicht mooi bij de betonnen borstwering, waardoor het effect van de L-vormige doorsnede van de brug versterkt wordt. De koppelstukken onderscheiden zich van de waterkerende kades doordat ze een steiler profiel hebben, oeverbescherming aan de voet van de dijk en doordat het wegdek is afgewerkt in eenheid met de bruggen. Daardoor vormen ze visueel en qua beleving een eenheid met de brug. Deze eenheid onderscheid zich van de kades. De gehele oversteek is dus als eenheid ontworpen hoewel ze uit meerdere onderdelen bestaat.

Landbouwpoldergemalen
Het Landbouwpolder gemaal is vormgegeven in lijn met de ontwerpen voor de bruggen. De werking van een gemaal is in essentie simpel: Er is een pomp aan de polderzijde, een uitstroomopening aan de kreekzijde en een besturingsruimte. Door de dijk of kade loopt een leiding waar het water door gepompt wordt. Normaalgesproken is dit onzichtbaar en is onduidelijk hoe het werkt. In dit ontwerp wordt de werking verbeeld door een strook rode bestrating die dwars over de dijk loopt, van instroom- naar uitstroom opening. Voorbijgangers kunnen dus duidelijk de relatie zien tussen polderzijde en kreekzijde.

De besturingskast moet altijd boven waterpeil blijven. Dat geeft aanleiding om een landschappelijk accent te maken. De besturingsruimte is óp de kade geplaatst en niet direct boven de pomp, om de relatie tussen de verschillende componenten (stroomrichting, besturingkast in- en uitstroomopening) leesbaar/herkenbaar te maken. De besturingskast bestaat uit een markant metselwerk volume. Door het dak als uitzichtplatform te gebruiken kunnen passanten een mooi vergezicht blik over het uitgestrekte gebied beleven. Het gemaal wordt een aangename plek om even te verblijven en het landschap in je op te nemen. Het gebouwtje staat aan de polderzijde van de dijk (daar is immers de pompinstallatie). De kreek zijde is volledig als trap uitgevoerd en die werkt als een tribune. De tribune richt die zich op de mooie natuur van het kreeklandschap. De trap voert naar een platform van waar er 360 graden zicht op de omgeving is. Het platform en de trap is als één betonnen element vormgegeven dat zich verzelfstandigt in het landschap. Het steekt als het ware dwars door de kade over naar de kreekzijde. Op die plaats is een kleine stoep waar je ook kan uitkijken of waar je fietsen kan neerzetten. De hoofdvorm is daardoor herkenbaar als landschappelijk accent en versterkt tevens het verbeelden van de functie ‘gemaal’. Vandaar ook de afschuining aan de onderzijde van het besturingshuis: het lijkt alsof het bouwwerk het water opzuigt en aan de kreekzijde weer uitspuwt.